Medisch Centrum Wilhelmina
Borgstee 17
9403 TS  ASSEN

telefoon (0592) 34 00 53

Voor een Routebeschrijving klik hier.



© 2009
Medisch Centrum Wilhelmina
U bevindt zich hier: Diabetes Centrum Wilhelmina / Behandeling type 1

 Behandeling type 1


Mensen met diabetes type 1 beginnen direct met spuiten met insuline. Het is een hele opgave, het spuiten van insuline. Veel vragen kunnen bij u opkomen: hoe doe ik dat? Waar moet ik spuiten en vooral ook hoeveel en hoe vaak?  Daarnaast zijn er vele soorten insuline en welke past het beste bij u? In het begin lijkt het allemaal ingewikkeld en eng, maar in de loop van de tijd neemt het een vanzelfsprekende plaats in uw dagelijkse leven in.

Ieder mens heeft insuline nodig om de brandstof (suiker) die in het bloed zit, op te nemen in de lichaamscellen. Bij mensen met diabetes die insuline-afhankelijk zijn, wordt die insuline niet (of nauwelijks) door het eigen lichaam aangemaakt. Daarom moet deze insuline van buitenaf, door uzelf,  worden toegediend. Dat doet u met een injectie of een pompje.

Insuline injectie

Insuline spuiten doet u met een insulinepen. Deze pen heeft een heel dunne naald met een ampul insuline. U brengt de naald net onder de huid in. Dat kan op verschillende manieren. Uw behandelaar vertelt hier meer over.
Waar u spuit hangt af van de soort insuline. (Ultra)kortwerkende insuline kunt u het beste in uw buik spuiten. Langerwerkende insuline spuit u in uw been of bil. Kies steeds een andere plek om te spuiten. Zo voorkomt u littekenweefsel, waardoor de insuline onregelmatig wordt opgenomen. Hoe vaak u spuit hangt af van uw behandeling.

Insulinepompje

In plaats van insuline spuiten met een insulinepen, kunnen sommige patienten er baat bij hebben om over te stappen op een insulinepompje. Een insulinepompje is ongeveer acht bij vijf centimeter groot en wordt op het lichaam gedragen. Het pompje bevat een ampul insuline, een motortje met batterijen, een afleesscherm en bedieningsknoppen. Het is een soort infuus dat 24 uur per dag een beetje insuline aan het lichaam geeft.

Soorten insuline

Er zijn verschillende soorten insuline: ultra-kortwerkende, kortwerkende, middellange en langwerkende insuline. Ook mengvormen komen voor. Het verschil in de verschillende soorten zit in de snelheid waarmee de insuline in het lichaam aan het werk gaat en hoe lang de insuline blijft werken. Bijvoorbeeld: tussen de maaltijden door en ´s nachts hebt u (middel)-langwerkende insuline nodig, de zogenaamde basaal-insuline. Als u eet, hebt u extra insuline nodig om de glucosepiek op te vangen.

Persoonlijke behandeling

Om een goede behandeling te bepalen, zult u zich moeten laten 'instellen'. Dit doet u samen met uw arts/diabetesverpleegkundige. U krijgt een behandelschema dat bij uw leven past. De behandeling is dus persoonlijk. Iedereen heeft zijn eigen behandelschema. Naarmate de tijd vordert, zult u zien dat u met uw behandeling steeds meer leert inspelen op wat u doet en onderneemt.